Beweeg de aanwijspijl over de links
(algemeen, kop enz.) en houdt hem boven het onderdeel wat je wilt zien. Er moet links een
foto komen en rechts beschrijvende tekst. Als je KLIKT op een link, ga je naar een extra
pagina met een grotere foto en/of meer informatie. Werkt dit allemaal niet goed bij jou,
of is het te moeilijk, klik dan in de regel onder de plaatjes links op
'HIER'. algemeen
Als echte wants is de duikerwants
ietwat plat, al is voor het leven in het water de vorm duidelijk aangepast. Wanneer de
dekschilden en vleugels uitgeslagen worden, doet het achterlijf wat aan dat van een
vliegje denken. Toch is de duikerwants onder water goed gestroomlijnd.
De kop is groot
met flinke ogen en zit als een gestroomlijnde helm voor het lichaam. De kop eindigt
onderaan in de korte, geribbelde snuit. De voorkant, het gezicht (frons) heeft bij
sommige soorten een groef. De voelsprieten (antennae) zijn praktisch niet aanwezig.
De nek is dun en wordt beschermd door het aan de kop vastzittende rugschild.
In het
borststuk (thorax) zitten ademhalingsopeningen (stigmata), enkele
zijn omgevormd tot gehoororgaan. Aan elk borstsegment zit een paar poten. De drie
pootparen zijn heel verschillend.
De voorpoten leveren de voeding: ze zijn kort, de voet (tarsus) is verbreed
en er zitten lange haren aan. Met de voorpoten woelt de duikerwants de afvallaag
(detritus) op de bodem om, de lange haren vormen een zeefkorfje, waarmee eetbare
brokjes uit de detritus bij de zuigsnuit gehouden kunnen worden. Op de
voorpoot-femur (dijbeen) van de mannetjes van sommige duikerwantssoorten zitten
doorntjes. Men dacht vroeger ten onrechte dat hiermee geluid (stridulatie) gemaakt
werd.
De poten van het tweede pootpaar zijn relatief lang, zijn dun behaard (mogelijk als
stuur bij het zwemmen) en hebben twee flinke klauwen aan het einde, waarmee het insect
zich op de bodem vasthoudt.
Het derde pootpaar vormt de aandrijving: het laatste deel van de achterpoten is
verbreed en voorzien van haarzomen, die uitklappen bij de zwemslag voor een groter
oppervlak, en inklappen als de poten terug naar voren bewegen, zodat er dan veel minder
weerstand is en de vaart nauwelijks wordt afgeremd.
Het achterlijf (abdomen)is plat en relatief klein.
Onder water lijkt het forser door de omringende luchtbel. Het profiel is door de luchtbel
ook meer gestroomlijnd. Aan de achterpunt zitten lange haren. dekvleugels
De dekvleugels(hemi-elytra) zijn de ietwat verharde voorvleugels, daarom
worden ze dekvleugels genoemd en niet dekschilden, zoals bij kevers. Onder de dekvleugels
liggen de doorzichtige achtervleugels opgevouwen op het achterlijf, hiermee kan de
duikerwants vliegen. Tussen de dekvleugels en de achtervleugels zit een
luchtlaagje.
(Werkt deze pagina niet? Klik dan »HIER«)
Op de volgende pagina worden een
aantal aspecten van de bouw in samenhang met gedrag behandeld.