terug
terug
Piona longipalpis, mannetje op bronmos 12-08-2013
Piona longipalpis
mannetje - 2,4 mm

Het (mannelijk) exemplaar van de eerste pagina, zwemmend. De palpen zijn fors, meer dan de helft van de lichaamslengte volgens Piersig (1897), Viets (1936) en Gerecke e.a. (2016), daarbij zijn ze anderhalf maal zo breed als de poten. Vandaar waarschijnlijk de soort aanduiding longipalpis, maar in vergelijking met andere Piona soorten, b.v. P. coccinea, vond ik dat verschil niet opvallend (wel de krachtige bouw en de donkere kleur van palpen en poten samen, zie pagina 1). Meer over de naam is onderaan op deze pagina te lezen. Het derde en vierde potenpaar zijn voorzien van zwemharen. Het laatste tarslid van het derde potenpaar (III-P-6) heeft een voor Piona soorten typerende gebogen vorm. Dit heeft een functie bij de sperma overdracht, zie Piona coccinea. Verder is de holte te zien in de achterpoten (IV-P-4), waarmee het mannetje de poten van het vrouwtje omklemd kan houden bij de paring.



Piona longipalpis, mannetje op bronmos 12-08-2013
Hierboven nog een foto van hetzelfde exemplaar, de zwemharen en de breedte van de palpen zijn goed te zien.





Klik op de plaatjes hieronder om andere pagina's over Piona longipalpis te zien.

Piona longipalpis vrouwtje 12-08-2013
pagina 1
Piona longipalpis 06-04-2011
pagina 3
Piona longipalpis, mannetje onderkant 12-08-2013
pagina 4: de onderkant.




"What's in a name":

Piersig (1897) schreef in zijn boek op pagina 104 bij Curvipes longipalpis:

Bruzelins, der Entdecker dieser prachtvollen Milbe, identifizierte dieselbe irrtümlicher weise mit Nesaea coccinea Koch die, wie schon Koenike nachgewiesen, nichts anderes ist als eine Farbenvarietät von Nesaea nodata Müller.

Vrij vertaald:Bruzelius, de ontdekker van deze prachtige mijt, identificeerde deze per vergissing als Nesaea coccinea Koch, die, zoals Koenike al bewezen heeft, niets anders is als een een kleur variëteit van Neseae nodata Müller.

(Piersig schrijft Bruzelins, maar dat zal een drukfout zijn). Bruzelius determineerde de mijt dus foutief als Nesaea coccinea, die we nu kennen als Piona coccinea. Maar dat deze laatste een kleurvariëteit van Nesseae (Piona) nodata zou zijn, is niet juist. Het schijnt dat P. coccinea nogal variabel is, waarmee de soort lastig in te delen is. (En ze hadden niet de voortreffelijke tabellen waar we nu mee verwend worden}.

Piersig gebruikte de naam Curvipes voor een aantal Piona soorten. Hij was niet de enige, hoewel de geslachtsnaam Piona al in 1842 door Carl Ludwig Koch is ingevoerd en de naam Curvipes pas in 1891 door Koenike. Maar op dat moment leek dat een juiste indeling (zelf neem ik ook altijd de meest recente naamswijziging over, b.v. Thyas naar Parathyas). De Russische watermijten onderzoeker Krendowskij lijkt in 1878 de soort Curvipes longipalpis genoemd te hebben, vóór 1891 dus. En ook GBIF (zie onder, bij literatuur) geeft die naam als basionym (wil zeggen: originele naam). Maar Gerecke e.a. (2016) geven op: Nesaea longipalpis Krendowskij 1878, met een aanhaling naar een artikel uit tijdschrift uit Charkow. Later werd de Curvipes groep weer in Piona geschoven (synoniem gemaakt), wanneer en door wie, dat weet ik niet. Maar zo is de naam, hetzij rechtstreeks van Nesaea, hetzij via Curvipes als tussenstap, Piona longipalpis (Krendowskij 1878) geworden, met de auteursnaam, volgens de regels, tussen haakjes gezet - vanwege die wijziging.

Harvey (1998) geeft een overzichtje van een aantal niet meer gebruikte geslachtsnamen voor mijten binnen het Piona geslacht en hun vervanging. Hij noemt Nesaea Koch 1836 als een jonger homonym voor zowel Nesaea Leach 1841 als Nesaea Risso 1826, dit waren dus oudere namen, respectievelijk voor kreeftachtigen en weekdieren. Verdere namen in dat overzichtje: Curvipes Koenike 1891, als vervanging voor Neseae Koch 1836 en een aantal subgenera namen van Viets en Besseling, zoals Tetrapiona en Carneopiona. Al met al weer een voorbeeld van de problemen bij de indeling en naamgeving...

Betekenis van een paar namen: Neseae: oud Grieks, zoiets als: "bewoner van eilanden" (Wikipedia). Het was één van de Nereiden, zeenimfen. Curvipes, "gebogen voet of poot", naar de gebogen tarsleden van de derde poten van de mannetjes.

Literatuur:

Harvey, M.S. (1998) The Australian Water Mites: A Guide to Families and Genera CSIRO PUBLISHING (January 1, 1998), Gelezen op:
https://books.google.nl/books?id=rSsS1fzgtOwC&pg=PT145&lpg=PT145&dq=nesaea+risso+1826&source=bl&ots=LMsVQPQsdR&sig=ACfU3U1V0CujUWGUGGDCRbrWO5CqKxIvNA
&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwjbmcnd06n3AhVEsaQKHd4kAEwQ6AF6BAgcEAM

Piona longipalpis (Krendowski, 1878) in GBIF Secretariat (2021). GBIF Backbone Taxonomy. Checklist dataset https://doi.org/10.15468/39omei gelezen op GBIF.org op 2022-04-27.

Curvipes Koenike, 1891 in GBIF Secretariat (2021). GBIF Backbone Taxonomy. Checklist dataset https://doi.org/10.15468/39omei gelezen op GBIF.org op 2022-04-27

Zie verder de LITERATUURLIJST watermijten.




terug
terug naar: W A T E R M I J T E N

COPYRIGHT:
Alle afbeeldingen op deze site zijn door G.H. Visser (Aadorp, Nederland) gemaakt, tenzij anders genoemd. Alle rechten behoren hem toe. Deze afbeeldingen mogen op geen enkele wijze anders dan voor eigen privé gebruik aangewend worden. Direct linken naar of plaatsen van de afbeeldingen op andere websites zonder toestemming nadrukkelijk verboden. Als u ze voor doelen, waarbij derden betrokken zijn, wilt gebruiken, vraag dan via een e-mail goedkeuring aan de auteur. Doel van de foto's is wel dat ze de interesse in de natuur helpen bevorderen op alle mogelijke manieren. In het bijzonder worden mensen aangemoedigd die materiaal nodig hebben voor natuurexposities of voor educatieve doeleinden.
© G.H. Visser 22-04-2022
rev. 27-04-2022

www.microcosmos.nl

Valid XHTML 1.0!

https://www.microcosmos.nl/nartro/piona61.htm