Click here hier to go to ENGLISH version. Naar Engelstalige pagina to English version
spacergif

LATIJNSE
NAMEN

HET BEESTJE BIJ DE  DUBBELE  NAAM: voorbeelden uit de sloot.

De lijsters een wetenschappelijke naam geven zoals op de vorige pagina, was niet echt moeilijk. Op deze pagina gaan we de naamgeving van slootdieren bekijken, te beginnen met het Dytiscus geslacht van de bekende geelgerande watertor. Er zijn zeven soorten die in Nederland kunnen voorkomen, waarvan we vier bekijken. Twee algemene soorten zijn Dytiscus marginalis en, vooral in het westen van Nederland, Dytiscus circumflexus, die sprekend op marginalis lijkt maar o.a. zwarte vlekken op de buikzijde heeft. De beide andere soorten zijn zeldzaam, de breedgerande waterkever is na jarenlange afwezigheid in Nederland onlangs herontdekt in Drente. Een iets kleinere, noordelijke soort is Dytiscus lapponicus met lichte lijntjes op de dekschilden. Hieronder de namen en een vertaling van de Latijnse naam.

Geelgerande watertor  -  Dytiscus marginalis  -  Duiker, gerande     dytiscus marginalis
(geen Ned. naam)  -  Dytiscus lapponicus  -  Duiker, laplandse
(Geen Ned. naam)  -  Dytiscus circumflexus  -  Duiker, omgebogen
Breedgerande watertor  -  Dytiscus latissimus  -  Duiker, breedste

Tot zover is het allemaal niet zo ingewikkeld. Maar de geelgerande waterkevers zijn dan ook grote, opvallende kevers. De meeste keversoorten in de sloot zijn (veel) kleiner en moeilijk uit elkaar te houden, zeker zonder optische hulpmiddelen zoals een loupe. Het merendeel heeft dan ook geen Nederlandse naam. De verschillende soorten lijken vaak sterk op elkaar in uiterlijk en gedragingen, terwijl de individuen binnen eenzelfde soort soms grote verschillen in kleur kunnen hebben: welke horen bij een zelfde geslacht en welke vallen er buiten? Een zware klus voor de eersten die een poging deden, zoals Snellen van Vollenhoven (rond 1860). Omdat de namen ook een functie hebben in de systematiek, moesten veel dieren op basis van latere onderzoekingen opnieuw benoemd worden. Het is niet verbazend dit vaak gebeurde (en nog gebeurt). Vanwege het feit dat ze in het water leven kregen veel kevers in het vroege begin namen met Hydro- in de zin van: "Waterminnend" (Hydrophilus) of "Waterkoesterend" (Hydrocharis). Dat heeft het niet overzichtelijker gemaakt. De geelgerande watertor, die door zijn grootte opvalt, is al vroeg "Duiker" (Dytiscus) genoemd, waarschijnlijk omdat hij van het oppervlak naar beneden duikt na de ademhaling. Veel andere kever(tje)s vertonen dit gedrag, zodat er vroeger veel meer namen waren die met Dytiscus begonnen. Verder waren er meerdere onderzoekers, die van elkaars werk niets afwisten en dus waren er verschillende namen voor hetzelfde beestje en omgekeerd, dezelfde naam voor verschillende beestjes. Om daarvan een indruk te geven zijn in het volgende staatje een aantal niet meer gebruikte, oudere namen gezet onder de huidige officiele namen van vier waterkevers.

Synoniemen van waterkevernamen
Acilius sulcatus mannetje

Acilius sulcatus vrouwtje
Acilius sulcatus (Linnaeus, 1758)
Dytiscus sulcatus Linnaeus, 1758
Dytiscus punctatus Scopoli, 1763
Dytiscus fasciatus De Geer, 1774
Dytiscus scopolii Gmelin, 1790
Acilius caliginosus Curtis, 1825
Acilius scoticus Stephens, 1828
Acilius varipes Stephens, 1828
Acilius brevis Aube, 1837
Acilius laevisulcatus Motschulsky, 1845
Acilius tomentosus Motschulsky, 1845
Acilius blancki Peyerimhoff, 1927
   Noterus clavicornis (de Geer, 1774)
Dytiscus semipunctatus Fabricius, 1792
Dytiscus sparsus Marsham, 1802
Noterus convexiusculus Reiche & Sanky, 1855
  Noterus clavicornis
Hygrobia hermanni (Fabricius, 1775)
Dytiscus tardus Herbst, 1779
Paelobius Schönherr, 1808
  Hygrobia hermanni
Laccobius minutus (Linnaeus, 1758)
Dytiscus dermestoidus Fosster, 1771
  Laccobius sp.

De gegroefde waterroofkever Acilius sulcatus is een middelgrote watertor die zo genoemd is omdat het vrouwtje gegroefde dekschilden heeft (net als de geelgerande watertor). De kever heeft dus elf andere namen gehad, waarvan een aantal met Dytiscus... De namen van de mensen die die namen bedachten, staan erachter, met het jaartal waarin de naam is vastgelegd. Deze schrijfwijze van een soortnaam is de meest volledige! De naam van de auteur komt tussen haakjes als de soort later naar een ander geslacht is geplaatst. Linnaeus noemde veel kevers Dytiscus, zo ook de gegroefde waterroofkever: Dytiscus sulcatus Linnaeus 1785. Maar deze kever moest uit dit geslacht gezet worden naar het eigen geslacht Acilius. De naam is daarom geworden: Acilius sulcatus (Linnaeus 1785), met de auteursnaam tussen haakjes.

VERKLARING VAN EEN PAAR NAMEN
De namen geven aan wat de verschillende onderzoekers typerend vonden: gegroefd (sulcata, van sulcus, groef), gespikkeld (puncatus), met gele "linten" (fasciatus), donker gekleurd (caliginosus), met "kort" (brevis) model, glad gegroefd (laevisulcatus), of met korte haren (tomentosus). De andere namen : "die van Scopoli" (scopolii), "de Schotlandse" (scoticus), "die van Blanck" (blancki), laten zien dat soorten ook naar wetenschappers of landen genoemd kunnen worden. Waar de geslachtsnaam Acilius zelf voor staat, weet ik niet. Er waren Romeinen die zo heetten. Misschien komt de naam van Grieks aci, snel.


Bij sommige slootdieren is de naamgeving een stuk eenvoudiger, bijvoorbeeld voor de staafwants Ranatra linearis (linea, lijn). Daar is maar één soort van in Europa en die heet al eeuwen zo.

Dat geldt niet voor de waterschorpioen Nepa cinerea. De Latijnse naam betekent "asgrauwe schorpioen", (Nepa - schorpioen, ciner - as), vanwege de asgrauwe kleur van het beest. Heel lang was de naam: Nepa rubra, dus "rode schorpioen" (rubra - rood) naar de kleur van de rug (pas te zien na optillen van de dekvleugels). Nu is deze naam een synoniem geworden voor hetzelfde dier.

Op de VOLGENDE BLADZIJDE: waarom wetenschappelijke namen belangrijk zijn.


VOOR DE MENSEN DIE ER NIET GENOEG VAN KRIJGEN...

Als toegift graven we iets dieper in de naamgeving voor de zwemwants, door Linnaeus Naucoris cimicoides genoemd. Dit betekent: "Zwemwants, wandluisachtig" (Nau-, Grieks voor zeevaarder, coris, Grieks voor wants, cimicoides, van Cimex, wandluis). De vergelijking met de wandluis is eigenaardig, want de zwemwants lijkt meer op een kever. Misschien zagen Linnaeus en de zijnen de vleugelloze larve, die wèl wat op de platte, rimpelige wandluis lijkt. In Nederland komt verder de zeldzame soort Naucoris maculatis voor, die gevlekt is (macula, vlek: denk aan immaculata: onbevlekt). De gewone zwemwants werd later in een ander geslacht geplaatst en heet nu Ilyocoris cimicoides, waarschijnlijk naar ilio- modder, dus: modderwants. En wetenschappers zien altijd kans het nog wat ingewikkelder te maken en vinden dat er verschillende ondersoorten bestaan. Zo bestaan de ondersoorten cimicoides (dat is, zeg maar "onze" ondersoort), exclamationis(Scott, 1874) en jonicus (Lindberg, 1922).
Nu mogen we de naam van de gewone zwemwants ook schrijven als:

Ilyocoris cimicoides ssp. cimicoides,

Dat wil zeggen: geslacht Ilyocoris, daarvan de soort cimicoides en daarvan de ondersoort cimicoides. De afkorting ssp.(subspecies) mag ook weggelaten worden en dan krijgen we de drievoudige naam:

Ilyocoris cimicoides cimicoides.

Zetten we nu de naam en het jaartal van de naamgever erachter, en dat tussen haakjes omdat de oorspronkelijke geslachtsnaam gewijzigd is, dan hebben we een mooie en deftige officiële naam:

Ilyocoris cimicoides cimicoides (Linnaeus, 1758)

Op de VOLGENDE BLADZIJDE: waarom wetenschappelijke namen belangrijk zijn.

 


HOME   HOOFDINDEX    SITEMAP   VRAGEN   LINKS   CONTACT   MEER 

home
© G.H. Visser 22-07-2007
rev. 30-01-2014

Valid XHTML 1.0!

http://www.microcosmos.nl/nmorename2.htm