terug
terug
Pionacercus cf. vatrax 24-05-2015
Pionacercus cf. vatrax
(Vrouwtje, 0,85 mm)

De onderkant van de op de voorgaande pagina beschreven watermijt. Er zitten wat storende stofdeeltjes bij. De vorm van de epimeren lijkt veel op die van Piona soorten. Maar er zijn hier maar twee keer drie nappen en dat zijn er bij Piona altijd meer. Verder zijn de mediale (binnenste) zijden van de vierde epimeren heel kort, waardoor ze driehoekig lijken. De genitaalspleet is lang en reikt (bijna) tot de derde epimeren. De nappen zijn groot, zodat ze gedeeltelijk buiten de platen uitsteken. De voorste chitinesikkel is niet bijzonder groot. Dit alles wijst op Pionacercus vatrax (Viets, 1936; Besseling, 1964; van der  Eijk, 1977; Davids, 1979). Niet helemaal zeker, daarom heb ik cf. in de naam gezet. Alleen Viets  (1936) geeft als lengte 660 µm op, maar de overige literatuur ruim 900 µm. Bij de palpen is op PIV een haarkegel zichtbaar, ik weet niet of dat klopt met de soort. Hieronder een detail van de nappen.


Pionacercus cf. vatrax detail nappen 24-05-2015

De nappen van de andere Pionacercus soorten zijn relatief kleiner. Let op de grotere hoeknappen, bij Tiphys pistillifer, een soort die wat op deze lijkt, is de bovenste nap het grootst (Besseling, 1964, fig.185 en 191; en van der Eijk, 1977, tekeningen pag. 73 en 75), bovendien heeft die een grotere voorste chitinesikkel (Davids, 1979). Maar Viets (1936) noteert juist voor P. vatrax de bovenste nap als grootste.


De napplaten van het (niet afgebeelde) mannetje zijn met elkaar vergroeid, de derde en vierde epimeren raken elkaar. Mannetjes zijn ongeveer de helft kleiner dan de vrouwtjes (volgroeide exemplaren). Het vierde pootpaar heeft zoals alle Pioniden specicale grijpleden voor de paring. Bij P. vatrax heeft het vierde lid (4P4) een spoor (Viets 1936, Besseling 1964).





Pionacercus cf. vatrax verschrompeld 25-05-2015

Gerimpeld zit de mijt (links) op een takje hoornblad: binnen twee dagen veranderde de gezonde bes vorm in die van een rozijn. Er zat al snel geen leven meer in. Ik vraag me af of dat kwam omdat de houdbaarheid verstreken was, of dat de mijt beschadigd is geweest, of uitgezogen door collega soorten die ook in het bakje zaten (Hydrochoreutes krameri, Limnesia koenikei). Piersig (1897) noteerde over zijn Pionacercus leuckarti exemplaren dat ze in gevangenschap maar kort leefden.


Over de naam Pionacercus heb ik weinig kunnen vinden. Veel van de zes-nappige Piona‑achtigen werden ooit onder de geslachtsnaam Acercus geschaard. Met nieuwere inzichten moesten ze in nieuwe groepen gezet worden en ik vermoed dat Piersig in 1894 voor dit geslacht gewoon de namen Piona en Acercus tot een nieuwe naam heeft samengesmolten. Om het nog gecompliceerder te maken werd deze vatrax soort (door Viets, 1926?) in een subgenus gestopt: Pionacercopsis, wat zoveel betekent als: 'lijkend op Pionacercus'. De soortaanduiding vatrax betekent iets in de zin van: 'met vervormde voeten' en slaat misschien op de achterpoten van het mannetje, die door de spoor op 4P4 vervormd lijken.





Klik op het plaatje hieronder voor de eerste pagina over deze soort.

Pionacercus cf. vatrax 24-05-2015
de bovenkant



Literatuur:

Zie de LITERATUURLIJST watermijten.



terug
terug naar: W A T E R M I J T E N

COPYRIGHT:
Alle afbeeldingen op deze site zijn door G.H. Visser (Almelo, Nederland) gemaakt, tenzij anders genoemd. Alle rechten behoren hem toe. Deze afbeeldingen mogen op geen enkele wijze anders dan voor eigen privé gebruik aangewend worden. Direct linken naar of plaatsen van de afbeeldingen op andere websites zonder toestemming nadrukkelijk verboden. Als u ze voor doelen, waarbij derden betrokken zijn, wilt gebruiken, vraag dan via een e-mail goedkeuring aan de auteur. Doel van de foto's is wel dat ze de interesse in de natuur helpen bevorderen op alle mogelijke manieren. In het bijzonder worden mensen aangemoedigd die materiaal nodig hebben voor natuurexposities of voor educatieve doeleinden.
© G.H. Visser 28-05-2015
rev. 31-05-2015

www.microcosmos.nl

Valid XHTML 1.0!